Overheid

 

De overheid heeft een een aantal niveaus te maken met de Buizenzone Eemsdelta

 

Rijksoverheid

De Rijksoverheid stelt algemene kaders en veiligheidseisen waaraan buisleidingen voor gevaarlijke stoffen moeten voldoen. Hoewel meerdere ministeries taken hebben met betrekking tot busleidingen, ligt de primaire verantwoordelijkheid bij het Ministerie VROM.

 

Het rijksbeleid voor nieuwe transportleidingen staat nu nog in het Structuurschema buisleidingen (SBUI) (pdf, 620KB) uit 1985. VROM werkt aan een opvolger van het structuurschema: de Structuurvisie Buisleidingen. Die wijst ruimte aan ruimte aan voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen in Nederland voor de komende 20 tot 30 jaar.
 

Het kabinet heeft op 9 februari 2007 ingestemd (doc) met een nieuwe aanpak van het buisleidingen. Zo komt er een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Buisleidingen. Daarin werkt de regering de wet verder uit. Deze AMvB zal regels gaan stellen voor risico’s en zonering langs buisleidingen, het opnemen van voorschriften in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen. Deze regels zijn op dit moment nog in voorbereiding. Lees meer over de regels die ontwikkeld worden in het dossier Buisleidingen op de website van het Ministerie VROM.

 

Het RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beheert en ontwikkelt de methodieken en de rekenpakketten om de externe veiligheidsrisico’s van deze leidingen in kaart te brengen. Voor het berekenen van de risico’s voor buisleidingen wordt een onderscheid gemaakt in drie soorten buisleidingen, namelijk hogedruk aardgasleidingen, buisleidingen met brandbare vloeistoffen en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. In het dossier buisleidingen van de website van het RIVM vindt u hierover extra informatie.

 

Provinciale overheid

De provincie Groningen steunt de plannen voor de aanleg van een Buizenzone in de Eemsdelta van harte. Ze is van mening dat het een goede stimulans voor de noordelijke economie kan zijn. De provincie is vanzelfsprekend wel van mening dat bij de realisatie de belangen van milieu, boeren en omwonenden goed in de gaten gehouden moeten worden. Dit wordt door het Projectbureau Buizenzone Eemsdelta van harte onderschreven.

De provincie Groningen is de meest aangewezen instantie om bij de realisatie van de Buizenzone Eemsdelta op te treden als bevoegd gezag. Dat betekent dat ze de vergunningaanvraag beoordeelt en de nodige inpassingen maakt in de ruimtelijke plannen van de provincie. Hiervoor moet ze wel afspraken maken met de gemeenten over wiens grondgebied de buizenzone uiteindelijk zal gaan. De provincie heeft onder andere hierover in mei 2010 ook een brief gestuurd aan provinciale staten.

 

De provincie Groningen voert ook de inspraakprocedure uit in het kader van de Milieu Effect Rapportage (MER). De eerste stap daarin was de inspraakprocedure rond de Startnotitie van de Milieu Effect Rapportage. Deze liep van 21 juni - 2 augustus 2010.

 

Gemeentelijke overheid

Formeel gesproken zijn de afzonderlijke gemeenten bevoegd gezag als het gaat om een buizenzone die over hun grondgebied gaat. Dat betekent dat zij gaan over de bestemmingsplannen en eventuele vergunningen. In geval van de Buizenzone Eemsdelta zou dat waarschijnlijk een onoverzichtelijke situatie opleveren. De buizenzone kruist namelijk, afhankelijk van het uiteindelijke tracé, diverse gemeentegrenzen. Het gaat om de gemeenten Eemsmond, Loppersum, Slochteren, Appingedam en Delfzijl.

Daarom zijn zowel gemeenten als de Provincie Groningen van mening dat deze bevoegdheden in dit geval het beste door de gemeenten overgedragen kunnen worden aan de de Provincie Groningen. Hierdoor ontstaat voor de initiatiefnemer (het Projectbureu Buizenzone Eemsdelta) één aanspreekpunt en kan planologische inpassing in één keer uitgevoerd worden.