Welke stappen worden genomen?
Er moeten heel veel stappen gezet worden voordat sprake kan zijn van de inrichting van een Buizenzone Eemsdelta. Voor een deel zijn die stappen de verantwoordelijkheid van het Projectbureau Buizenzone Eemsdelta. Voor een ander deel zijn andere partijen hiervoor verantwoordelijk.
Hieronder zetten we de belangrijkste stappen op een rij:
- Opstellen Milieu Effect Rapportage (MER), Landbouw Effect Rapportage (LER) en Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA)
- Tracékeuze door Provinciale Staten van Groningen
- Planologische inpassing door de Provincie Groningen
- Afspraken grondgebruik
- Technische realisatie
Opstellen onderzoeksrapporten MER, LER en MKBA
Voor een project zoals de Buizenzone Eemsdelta is het nodig zo goed mogelijk alle effecten in kaart te brengen die de Buizenzone zou kunnen hebben op het milieu. Het is verplicht in Nederland dat dit gebeurt door middel van een Milieu Effect Rapportage (MER). Het gaat dan om de effecten op water, bodem en lucht, maar ook om effecten op de landbouw in de regio en om de veiligheidsaspecten die een rol spelen bij de Buizenzone. In feite moet de MER het effect op de totale omgeving beschrijven
Als initiatiefnemer heeft het Projectbureau het opstellen van de Milieu Effect Rapportage verzorgd.
Dat begon met het opstellen van een Startnotitie MER. Deze startnotitie beschrijft nauwkeurig welke aspecten in de uiteindelijke MER naar voren moeten komen. Bij het opstellen van de startnotitie MER is ook overleg geweest met belanghebbenden, waaronder een afvaardiging van LTO-Noord. Begin juni 2010 is de Startnotitie MER aangeboden aan de Provincie Groningen.
De Startnotitie MER is door de provincie Groningen openbaar gemaakt en ter inzage gelegd (21 juni - 2 augustus 2010). Op de website van de provincie Groningen zijn alle inspraak reacties gebundeld. De Startnotitie MER is door de provincie Groningen ook ter beoordeling voorgelegd aan een landelijke commissie van experts: de landelijke MER-Commissie. Begin juli is deze MER-commissie op werkbezoek geweest in de Eemsdelta om vragen te stellen en ter plekke te situatie te bekijken. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een advies van de MER-commissie.
Een onafhankelijke externe partij (Grontmij) heeft vervolgens de Milieueffecten onderzocht en vastgelegd in de Milieu Effect Rapportage. Daarnaast is gedetailleerd onderzocht wat de effecten van de Buizenzone Eemsdelta zijn op de landbouwbedrijven in het gebied tussen de Eemshaven en Delfzijl. Hiertoe is een zogenaamde Landbouw Effect Rapportage (LER) opgesteld. Hierin is op individueel bedrijfsniveau bekeken wat de gevolgen zijn van de Buizenzone Eemsdelta. Het projectbureau Buizenzone Eemsdelta heeft hiervoor gekozen na overleg met belanghebbenden, waaronder LTO-Noord. Samen met hen is ook de opzet van de Landbouw Effect Rapportage bepaald.
Zowel de MER als de LER zijn door het Projectbureau Buizenzone Eemsdelta ingediend bij de provincie Groningen. De Provincie organiseert een inspraakperiode over de MER. Deze inspraakperiode vindt plaats van 6 oktober - 16 november 2011.
In het kader van de inspraakperiode hebben op 25 en 27 oktober 2011 inspraakavonden plaatsgevonden in Godlinze en Delfzijl.
Besluit over tracé
Uiteindelijk zal de provincie een beslissing moeten nemen of er toestemming verleend wordt voor de Buizenzone en zo ja, welk tracé die dan volgt. Bij de besluitvorming door Provinciale Staten wordt de MER, de LER en de MKBA als input meegenomen. Naast allerlei andere argumenten die op dat moment volgens Provinciale Staten een rol kunnen spelen.
Planologisch inpassen
Als de Provincie besluit tot een bepaald tracé, zal dit traject vervolgens nog planologisch bestemd moeten worden. Hiervoor zal de Provincie een Provinciaal InpassingsPlan (PIP) moeten maken. Ook deze procedure kent nog de mogelijkheid voor belanghebbenden om in te spreken en hun mening te laten horen.
Als al deze stappen met positief resultaat doorlopen zijn, betekent dat dat er bekend is waar en hoe een Buizenzone in de Eemsdelta kan komen te lopen. Dat betekent echter nog niet dat de zone dan af is. Er zijn namelijk nog twee belangrijke processen die plaats moeten vinden: Afspraken over grondgebruik en Technische Realisatie
Afspraken grondgebruik
Er zal, in overleg met de grondeigenaren van het uiteindelijke traject, overlegd moeten worden over de manier waarop de grond van de Buizenzone beheerd zal worden. Het kan zijn dat er afspraken gemaakt moeten worden over gebruik of pacht van de grond waar de zone komt te lopen. Of het is mogelijk dat de gronden aangekocht gaan worden. Ook in dat geval dient er tot overeenstemming gekomen te worden met de landeigenaren over verkoop.
Technische realisatie
Als alle afspraken over grondgebruik zijn gemaakt dan moet de zone nog technisch in orde gemaakt worden om er buisleidingen in te kunnen aanleggen. Dat betekent dat voorzieningen gebouwd worden op die plaatsen waar de zone andere verkeers- of waterwegen kruist.



